Bekijk alle cursussen en congressen

Er zijn 3 aankomende evenementen
Als eerste erbij zijn?
Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.

Tot ziens vanzelfsprekendheid, hallo Concordia!

Stijn Thoolen is door de European Space Agency (ESA) geselecteerd om van november 2019 tot en met begin 2021 onderzoek te doen op Concordia, Antartica. In de maanden in aanloop naar en tijdens dit avontuur zullen we zo nu en dan een update van Stijn ontvangen over zijn bevindingen op dit kleine, geïsoleerde stukje wereld. Vandaag het eerste stuk, waarin hij zijn motivatie en de selectieprocedure beschrijft.

Dome C. Credits: ESA

75°05′59”S 123°19′56”E. Dit zijn de coördinaten waar ik vanaf november 14 maanden van mijn leven ga doorbrengen. Ver weg van mijn vriendin, van mijn familie en vrienden, van alles dat ik ken en waarvan ik ben gaan houden in de afgelopen 28 jaar. Een kleine 1700 meter verwijderd van de zuidpool op een 3270 meter dikke ijsplaat, met 40% minder zuurstof dan op zeeniveau (de dampkring is dunner bij de polen), een luchtvochtigheid lager dan de Sahara, gemiddelde temperaturen van -30C in de zomer en -65C in de winter, vier maanden zonder enig straaltje zon (was het nou lunchtijd of moet ik al naar bed?) en met negen maanden geen mogelijkheid tot evacuatie, lijkt het Frans-Italiaanse onderzoeksstation Concordia op Dome C in Antarctica nog het meest op een basis op een andere planeet. Ieder jaar stuurt de Europese ruimtevaartorganisatie ESA daarom een ‘hivernaut’ (winterversie van astronaut?) naar deze verlaten buitenpost op de bodem van onze aardbol, die biomedische experimenten uit kan voeren op de bemanning, ter voorbereiding op bemande ruimtemissies naar de Maan, en Mars, en wie weet waarheen nog meer. Dit jaar is het mijn beurt, en die 14 maanden beginnen akelig dichtbij te komen…

‘White Mars’, ‘planeet Concordia’, wat je wilt. Credits: ESA

Ik hoor het je vragen: Waarom (…zou je dat in godsnaam doen)?

Die vraag stel ik mezelf ook wel eens, maar je kunt je voorstellen dat het antwoord daarop net zo voor de hand ligt als de onderneming zelf. Misschien moeten we dus eerst maar beginnen met een korte zelf-evaluatie:

‘In our history it was some horde of furry little mammals who hid from the dinosaurs, colonized the treetops and later scampered down to domesticate fire, invent writing, construct observatories and launch space vehicles’ – Carl Sagan

Zelf-evalueren doen we niet altijd. Althans, ik was daar nooit zo goed in. Als alles naar wens verloopt, en iedereen om je heen schreeuwt hoe prachtig het is dat ‘kleine Stijn chirurg wil worden!’, dan moedigt dat niet echt aan om eens kritisch naar jezelf te kijken, toch? Maar soms helpt een schok (of twee) om het één en ander aan te passen. Een lesje nederigheid misschien.

Voor mij kwam die eerste schok een jaar of vijf geleden. Ik had iets te veel ‘ja’ gezegd, een goede vriend overleed, mijn ouders scheidden, en met een koffer of tien aan mentale bagage vertrok ik tijdens mijn geneeskundestudie voor een onderzoeksstage naar Boston. In zo’n nieuwe omgeving vol vergelijkingsmateriaal wordt het allemaal wat relatiever, kom je er achter dat niets zo vanzelfsprekend is als het lijkt, dat er dingen misschien toch groter zijn dan jij (het universum, God, het vliegende spaghettimonster, kies maar), en beter nog, hoe mooi en bijzonder het is dat we daar allemaal getuige van mogen zijn (ik weet dat dit suf klinkt, maar probeer het anders eens met je ogen op een heldere sterrenhemel gericht).

‘Look again at that dot. That’s here. That’s home. That’s us’ – opnieuw Carl Sagan. De foto ‘Pale Blue Dot’ (onze aarde) werd in 1990 genomen door de Voyager 1 ruimtesonde aan de rand van ons zonnestelsel, slechts 6.4 miljard kilometer van ons verwijderd. Credits: NASA

Alles is met elkaar verbonden, alles veranderd, en het verlangen om me daar onderdeel van te voelen is alsmaar toegenomen. Als ik met die gedachte opnieuw naar Carl Sagans quote kijk (die eerste), krijgt ruimtevaart voor mij een hele nieuwe betekenis.

Wij leven op dit moment in het ruimtevaarttijdperk. Het permanent bewoonde International Space Station vliegt al bijna 19 jaar in een baan om de aarde, China wil volgend jaar de eerste module van een eigen ruimtestation lanceren, Trump duwt NASA met het nieuwe Artemis programma het liefst al voor 2024 terug naar de maan, ESA ontwerpt een maandorp, SpaceX is op weg om Mars te koloniseren. Het is misschien enigszins te vergelijken met de eeuwen dat de eerste schepen van onze kust wegvoeren. Stap voor stap verleggen we onze grenzen, en nu voor het eerst in de geschiedenis van het leven zoals wij dat kennen verlaat het zijn geboorteplaats. Best wel bijzonder toch?

Zou je van de aarde vallen? Het was amper voor te stellen wat je precies te wachten stond… Ludolf Backhuysen, ‘Hollandia’ (1666 – 1667).

Spannend allemaal, en wat een geweldige tijd om te in te leven! Maar als het alleen maar spannend was, dan kan ik beter nog eens gaan bungeejumpen. Nee, ik geloof graag dat het verleggen van die grenzen ons nog veel meer gaat brengen. Ruimtevaart wordt vaak verdedigd ‘omdat we de mensheid moeten redden van overbevolking of massa-uitsterving’, of ‘omdat het tal van nieuwe technologieën mogelijk maakt (denk aan communicatie, aardobservatie, maar ook gezondheidszorg), maar ook daarin zie ik niet de voornaamste redenen om de aarde te verlaten. We hebben wel grotere problemen. Wat ik eigenlijk het meest interessant vind, is dat (herkenbare, maar waarschijnlijk vertienvoudigde) gevoel van verwondering, spiritualiteit als je het zo wilt noemen, waar je astronauten en kosmologen wel eens over hoort spreken: het zogenaamde ‘overview-effect’. Toen de eerste Apollo-astronauten in december 1968 terug waren van hun rondje om de maan kwam één van hen met de volgende conclusie:

‘We came all this way to explore the moon, and the most important thing is that we discovered the earth.’ – Bill Anders, Apollo 8 lunar module pilot

Wat kunnen we van onze ondernemingen leren, en wat leren we over onszelf? De observaties die we in de ruimtevaart en kosmologie doen geven ons een geweldige mogelijkheid om in te zien hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn, als vrij insignificant puntje stof in een afgelegen hoek van een eenzaam sterrenstelsel, slechts bestaand voor enkele seconden in het kosmisch jaar. Dit is ‘spaceship Earth’, vliegend door het universum van tijd, en voor een ogenblik begeven we ons onder haar vele passagiers, afhankelijker van elkaar en onze omgeving dan dat we soms graag willen denken. Een lesje nederigheid dus toch, gedreven door nieuwsgierigheid.

Het is hier best wel bijzonder… Credits: NASA

Ruimtevaart brengt nieuw perspectief, en wat hebben we tegenwoordig meer nodig dan dat? Met die inspiratie en wat Amerikaanse dromerigheid besloot ik halverwege mijn studie om mijn verlangen te beantwoorden, en me te storten in de spannende, ontdekkende, maar ook sociaal- en milieubewuste wereld van de ruimtevaartgeneeskunde.

Inderdaad, ruimtevaartgeneeskunde. Het is best mooi, al die reacties die ik de afgelopen jaren heb gekregen. Van ‘bestaat dat? Oké…?’ tot ‘weeeew, gaaf!’ Bij dat laatste was het in de meeste gevallen overigens ook wel duidelijk dat ze geen flauw benul hadden. Je kunt het je moeilijk voorstellen, maar misschien wordt ruimtevaartgeneeskunde straks wel de nieuwe standaard. Er is namelijk nog genoeg te doen voordat we onszelf op enigszins verantwoorde wijze naar Mars kunnen laten schieten. Hoe interessant en leerzaam de ruimtevaart ook is, en hoe graag we ook willen, wat ons een beetje in de weg zit is dat we er niet voor zijn gebouwd. Wij horen thuis op aarde, opgegroeid onder invloed van precies 9,8 m/s2 zwaartekracht, knus onder een natte warme dampkring, op een bijzonder prettige afstand van de zon, met aangename temperaturen van zo’n -40 tot +40 graden Celcius, samen met onze soortgenoten, en het liefst met niet al te veel eten en drinken voorhanden zodat we af en toe ook nog wat te doen hebben. Dwalen we daarvan af, dan kunnen we ons maar tot een zekere mate aan zulke stressoren aanpassen. De extreme omstandigheden tijdens een ruimtevlucht zijn we dus niet gewend. Ons evenwicht begint te storen, we worden reisziek, krijgen bloedarmoede, een kleiner hart, spierafbraak, botontkalking, soms slechter zicht, en worden vatbaar voor infecties: het is eigenlijk net zo extreem als een paar dagen chillen op de bank. En dan hebben we het nog niet gehad over de blootstelling aan straling, en de mentale gevolgen die een ruimtereis met zich meebrengt, ver weg van huis, opgesloten, met waardeloos voer en enkele college-ruimtereizigers die met dit alles net zo worstelen als jij. Wat zou er met je gebeuren als je tijdens zo’n reis de aarde, met alles (echt alles) wat we er hebben geleerd, uit het oog verliest? Willen we de volgende stap kunnen maken, dan is onderzoek essentieel.

Ruimtevaart is niet gemakkelijk voor het lichaam, maar ook niet voor de geest…
Credits: NASA

Dit is waarom die extremen op Concordia zo interessant zijn, als een analoog voor het toekomstige ruimteleven. Het is een unieke plek op aarde, waar we die specifieke condities van isolatie en opsluiting in een extreme omgeving nu al en voor een fractie van de kosten kunnen onderzoeken. Het is verder verwijderd van thuis (zowel in afstand als in reistijd) dan het International Space Station, en de middelen zijn beperkt. Mocht er iets met ons gebeuren, dan mogen we het met wat hulp van de medische helpdesk in Rome negen maanden lang zelf maar uitzoeken. Het dag-nacht ritme is abnormaal, de omgeving is monotoon, en met slechts 12 collega’s is het zowel sociaal als sensorisch deprimerend. Begin je te begrijpen waarom ik zo enthousiast ben…?

Voor veel mensen klinkt het misschien raar, maar ik zie Concordia graag als een kans, een nieuwe uitdaging. Ik kwam eens deze spreuk tegen van Anaïs Nin (wie?), die hier misschien wel toepasselijk is:

‘De dag kwam dat het risico om in de knop te blijven pijnlijker was dan het risico te gaan bloeien’ – Anaïs Nin

Soms heb ik het idee dat we geneigd zijn alles hetzelfde te willen houden. Het voelt fijn en veilig als de wereld voorspelbaar is, en vanuit een evolutionair oogpunt hebben we het ongetwijfeld nodig gehad om de gevaren om ons heen te kunnen herkennen. Naarmate we ouder worden begint die waarheid vast te roesten in een groot blok vanzelfsprekendheid dat we bang zijn te verliezen, maar ik ben bang dat er vroeg of laat (of misschien wel continu?) toch momenten komen dat we die controle uit handen zullen moeten geven. Een extreem voorbeeld: we besteden het meeste geld in de gezondheidszorg in de laatste jaren van ons leven, en worstelen er mee tot aan onze dood.

Soms moet je er denk ik maar gewoon voor gaan, en de uitdaging van iets nieuws omarmen net als mijn neefje van bijna twee. Dan omarmen we dat verandering aan de basis ligt van onze groei, van het leerproces, en een noodzaak eigenlijk van het leven. ‘Out of comfort zone’ (wel heel letterlijk deze keer) verruimen we onze blik, en worden we opgewassen tegen de wisselvalligheden die ons nog te wachten staan. Hopelijk lig ik dan straks ook op mijn sterfbed, maar enkel met een trots gevoel op wat ik heb mogen achterlaten.

Doe mij dus maar experiment Concordia. Een ervaring, zo’n schok denk ik, om van te leren, net als die astronauten en kosmologen…

Tijd vast voor een muziekje (mag wel hard als je wil), om het rustig uit te lezen (klik om te openen): Snow Patrol – Life on earth.

Afijn, we hebben nu wel genoeg gemijmerd. Vijf sollicitatiebrieven nadat ik in begin 2015 als coassistent over het Concordia programma hoorde (haha, wat dacht ik wel niet!), evenals twee onderzoeksstages in lucht- en ruimtevaartgeneeskunde, een ultramarathon door de Marokkaanse Sahara en nog wat reis- en buitensportavontuur, nog een studie ruimtefysiologie, negen maanden op de spoedeisende hulp, twee keer op sollicitatiegesprek in Parijs, wat vreemde psychologische testen en een ijverige verzameling medische onderzoeken was het deze keer dan eindelijk gelukt (ik denk nog steeds dat ik deze keer geselecteerd ben, enkel om te voorkomen dat ik volgend jaar niet wéér op de stoep sta…).

Na een dansje van geluk en het snelste hardlooprondje ooit was mijn energieniveau weer naar aanvaardbaar gedaald, en met dit goede nieuws van afgelopen 1 april (zou het écht niet gewoon een grap zijn?) is de koers eindelijk gezet. Baan en huur opgezegd, auto verkocht, en sinds enkele weken ben ik volop in de voorbereidingen (en laten we dat maar bewaren voor de volgende keer).

Ik word steeds nieuwsgieriger. Wat gaat Antarctica met me doen? Hoe ga ik me daar voelen? Wat voor effect heeft dit alles niet alleen op mij, maar ook op de mensen van wie ik hou, en hoe gaan we daar allemaal mee om? Het is moeilijk voor te stellen wat me daar te wachten staat, en dat is eigenlijk ook wel zo mooi. Ik blijf in ieder geval onthouden dat er maar weinig overwinteraars zijn geweest die spijt hebben gehad van hun onderneming. Dan is Concordia misschien toch zo gek nog niet…

Stijn Thoolen